Waarom een bloedafname vaak zoveel verheldert en hoe het onderzoek in zijn werk gaat.
Bij een bloedonderzoek neemt een verpleegkundige of uw huisarts een kleine hoeveelheid bloed af, meestal uit een ader in de elleboogplooi. Dat bloed gaat naar een klinisch labo, waar tientallen waarden bepaald kunnen worden: het bloedbeeld (rode en witte bloedcellen), de nier- en leverfunctie, de bloedsuiker, de cholesterol, ontstekingswaarden, schildklierhormonen, vitamines en nog veel meer. Een bloedonderzoek geeft de huisarts een objectief beeld van wat er zich vanbinnen afspeelt en is daarom een van de meest gebruikte hulpmiddelen in de eerstelijnszorg. U hebt er geen doorverwijzing voor nodig; de huisarts vraagt het zelf aan.
De huisarts vraagt een bloedonderzoek aan bij aanhoudende vermoeidheid, onverklaarde klachten, koorts, gewichtsverlies of om een vermoeden te bevestigen. Ook voor de opvolging van een chronische aandoening zoals diabetes, hoge cholesterol of een schildklierprobleem is regelmatig bloedprikken belangrijk. Verder gebeurt het bij de controle van bepaalde medicatie (zoals bloedverdunners) en als onderdeel van een preventief onderzoek. De arts kiest gericht welke waarden nuttig zijn, zodat u niet onnodig geprikt wordt.
Voor sommige bepalingen, zoals bloedsuiker en cholesterol, moet u nuchter zijn: dat betekent doorgaans acht tot twaalf uur niets eten en enkel water drinken. De huisarts of het labo vertelt u vooraf of dat nodig is. De afname zelf duurt maar een minuut: er komt een knelband rond uw arm, de huid wordt ontsmet en met een fijne naald wordt het bloed opgevangen in buisjes. Een kort prikje, meer niet. Nadien drukt u even op het prikpunt om een blauwe plek te vermijden. U kunt vaak terecht in een labo, in een prikpunt of soms in de praktijk zelf.
De resultaten zijn meestal binnen een tot enkele dagen bij uw huisarts. Die bespreekt ze met u, in de praktijk of telefonisch, en plaatst de cijfers in de juiste context: een lichte afwijking is niet altijd verontrustend, en normale waarden sluiten niet elk probleem uit. Op basis van het resultaat kan de arts geruststellen, een behandeling starten, een voorschrift geven of beslissen tot verder onderzoek of een doorverwijzing. Vraag gerust een kopie of uitleg bij waarden die u niet begrijpt.
De laboratoriumkosten worden grotendeels door de verplichte ziekteverzekering gedekt; u betaalt een beperkt remgeld op de labo-analyses. De raadpleging waarin de arts het onderzoek aanvraagt en bespreekt, valt onder het gewone consultatietarief. Wie een globaal medisch dossier (GMD) heeft, betaalt minder remgeld bij de huisarts. Rekent het labo via de derdebetalersregeling af, dan ontvangt u er zelf geen factuur voor. Meer uitleg over de tussenkomst leest u bij terugbetaling en ziekenfonds.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen persoonlijk advies. Raadpleeg altijd uw huisarts voor een diagnose en behandeling op maat.
Wilt u uw bloedwaarden laten nakijken? Vind een huisarts bij u in de buurt →